Skip navigatie

Bodemdaling beperken in de Krimpenerwaard

25 maart 2026
Landelijk gebied

Welke maatregelen zijn zinvol als je de bodemdaling in de Krimpenerwaard wilt beperken? Deze vraag stond centraal tijdens de derde bijeenkomst over het wetenschappelijk onderzoek van het LOSS-programma op donderdag 5 maart bij Kaasboerderij Schep in Bergambacht. De onderzoekers presenteerden daar de concept resultaten van een onderzoek gericht op het ontwikkelen van een methode om de effectiviteit van verschillende maatregelen op bodemdaling te voorspellen. De onderzoekers kijken daarbij naar maatregelen op het gebied van landgebruik en waterbeheer zoals bijvoorbeeld het verhogen van de grondwaterstand of het bodemvochtgehalte. Dit najaar presenteren de onderzoekers het eindrapport. De Krimpenerwaard is daarin een gebiedscasus; het LOSS-onderzoek is relevant voor alle veenweidegebieden in Nederland.

 

De toehoorders in Bergambacht, een mix van belanghebbenden uit de agrarische sector en vertegenwoordigers van gemeente en waterschap, hebben in het afgelopen jaar tijdens drie bijeenkomsten kritisch meegekeken met de onderzoekers. Doel daarvan was om de methode te begrijpen, te verbeteren én om belanghebbenden inzicht te geven in wat er bij komt kijken om voorspellingen wetenschappelijk te onderbouwen. De methode die door de LOSS onderzoekers wordt ontwikkeld kan beleidsmakers en andere betrokkenen helpen om beter gefundeerde keuzes te maken. De bijeenkomsten in de Krimpenerwaard in het afgelopen jaar hebben tot verschillende aanscherpingen van het onderzoek geleid.

 

Belangrijk onderdeel van het LOSS-programma is het ontwikkelen van een verbeterde aanpak om bodemdaling te meten en te voorspellen. De onderzoekers maken daarbij o.a. gebruik van een nieuwe, door de TU-Delft ontwikkelde methode die gebruik maakt van (InSAR) satellietmetingen en een verbetering van het door Deltares ontwikkelde Atlantis model.

 

De bijeenkomsten over de casus Krimpenerwaard zijn georganiseerd door KBF in samenwerking met het LOSS-programma. Lees meer over het onderzoek op de website van LOSS.

top