top

Gras en diverse vormen van natte teelten en natuur

Bodemdaling en broeikasgasuitstoot in het veenweidegebied kan worden tegengegaan door de bodem te vernatten. Dit vraagt een andere blik van agrariërs op de ontwikkeling van bijvoorbeeld een gezonde grasmat voor koeien, de bedrijfsvoering en de wijze van beweiding. Daarnaast lopen er diverse onderzoeken om de kansen van alternatieve natte teelten te onderzoeken. Denk aan lisdodde, cranberries, veenmos, miscanthus en riet die onder nattere omstandigheden kunnen groeien. Natte teelten kunnen ook andere belangen dienen zoals waterberging of natuurbeheer. De grondwaterstand heeft effect op bodemleven en de biodiversiteit. Natuur kan ook een oplossing bieden om sedimentatie bodemdaling geheel of gedeeltelijk te ondervangen.

1

Wat zijn de feiten?

Lisdodde haalt voedingsstoffen uit het water en is een vezelplant die voor meerdere doeleinden kan worden gebruikt (in de bouw, als verpakkingsmaterialen, als textiel). Er zijn nog wel kennisvragen rondom het teeltproces en de effectiviteit van de reductie van broeikasgas. Bij te hoge grondwaterstanden stoot het meer methaan uit en dat is een sterker gas dan CO2. Azolla (kroosvaren) heeft veel eiwitten in zich en kan dienen als veevoer en vleesvervanger. Het is een interessant gewas maar de azolla-snuitkever is een productieprobleem dat nu eerst getackeld moet worden. Cranberries hebben een lange aanlooptijd nodig maar als de planten goed aanslaan is er een combinatie te maken tussen een goed verdienmodel, een positieve bijdrage aan de waterkwaliteit en natuurontwikkeling. Nattere bodems hebben een positief effect op de stand van weidevogels omdat het voedsel hoger zit en de vogels er makkelijker bij kunnen met hun snavels.

Lisdodde wordt ingezet tegen bodemdaling omdat het kan groeien onder natte omstandigheden
Natte teelten kunnen belangen dienen zoals waterberging of natuurbeheer.
2

Wat zijn de actuele ontwikkelingen?

Het onderzoek, de ontwikkeling en de toepassing van alternatieve teelten speelt zich af binnen het VIPNL programma en ook op verschillende testlocaties verspreid door het land. De markt- en keten kant (opschalen productieproces, afzetmarkt, consumenten) wordt ook verder onderzocht. 

 

Door de beleidsontwikkelingen in de landbouw wordt ook meer gekeken naar de combinatie van landbouw en natuur: hoe kunnen ze elkaar versterken?

3

Voor wie is het belangrijk?

Deze ontwikkelingen zijn belangrijk voor de terreineigenaar. Kan hij of zij ze inzetten als verdienmodel naast of in plaats van de melkveehouderij om daarmee ook bij te dragen aan het reduceren van de broeikasgasemissie en het remmen van de bodemdaling? Overheden hebben hier belang bij omdat deze maatregelen kunnen bijdragen aan het behalen van de maatschappelijke doelstellingen. Zij kunnen randvoorwaarden stellen, markt- en ketenontwikkelingen stimuleren en agrariërs informeren en adviseren, samen met bedrijfsadviseurs. Onderzoekers en onderwijs dragen bij aan het genereren van inzichten. Docenten kunnen bovendien deze ontwikkelingen borgen in hun onderwijsprogramma’s zodat volgende generaties boeren hier ook vertrouwd mee raken.

4

Hoe gaat het nu verder?

Duidelijk is wel dat het zeker nog enkele jaren duurt voordat de alternatieve teelten ingezet kunnen worden als alternatief verdienmodel. Er is echter wel voldoende basis om in te zetten op een verdere doorontwikkeling hiervan.

Deze expert helpt je verder